“Je kunt kiezen, de Eerste Hulp van het Diakonessenhuis, of de Eerste Hulp van het Mesos Oudenrijn.”
De huisarts keek me vragend aan. Hij had me net overvallen met de mededeling dat ik een extreem hoge bloeddruk had. 220 over 110 als ik het goed heb, maar de afgelopen dagen heb ik zoveel cijfers gehoord, dat ik het niet meer helder heb. “Doe maar Diak,” zei ik, omdat dat nu eenmaal het betere ziekenhuis van de twee is. Hij schreef een verwijsbrief, en daar stond ik dan, buiten het oude schooltje waar het gezondheidscentrum in gevestigd is. Ik stapte weer op de fiets en reed naar huis om nog even wat eerste levensbehoeften bij elkaar te scharrelen. De poes liet zich niet zien.
Bij de Spoedeisende Hulp van het Diakonessenhuis zijn geen fietsklemmen. Niet gek, want er zullen weinig spoedeisende gevallen op de fiets arriveren. Ik deed dat dus wel. Na de nodige formaliteiten mocht ik op een behandeltafel gaan zitten. Ik dacht even terug aan de afgelopen dagen. Op zaterdagavond kreeg ik op het station van Breukelen opeens een raar gevoel. Een gevoel of mijn keel werd dichtgeknepen. Met daarnaast een gevoel van hoge druk op mijn arm. Eenmaal thuisgekomen wilde ik de huisartsenpost bellen, maar toen het vrij snel afzakte deed ik het toch maar niet. Op zondag had ik alleen maar last van mijn arm, dus dacht ik dat het wel de schuld zou zijn van mijn zware schoudertas. Op maandag waren alle klachten voorbij, maar op dinsdag kwamen ze dubbel zo hard terug. Ik belde de huisarts, kreeg een afspraak voor donderdag, en nu zat ik hier op de Eerste Hulp. Ik had woensdag en donderdag geen klachten meer, en voelde me dus niet ziek. En toch keek iedereen me bezorgd aan.
Vanaf de Eerste Hulp mocht ik zelf naar en van de röntgenafdeling lopen, maar toen ze me overdroegen aan de afdeling cardiologie was het over met de lichaamsbeweging. Ik werd met draden aan allerlei apparatuur gehangen, en als ik ergens naar toe moest, dan ging het per rolstoel. Ik lag aan de hartbewaking. Ik weigerde te geloven dat dit gebeurde, dus ik ging niet in bed liggen, maar op bed. Schoenen aan, spijkerbroek. Klaar om zo weer de deur uit te wandelen.
De omslag kwam toen er een infuus moest worden aangeprikt. De zusters konden geen geschikte aders vinden, en toen ze er eenmaal één hadden bleek het toch de verkeerde. Mijn hartslag daalde van tegen de negentig naar rond de vijftig binnen een paar seconden. Mijn bloeddruk daalde navenant, maar dit was niet de wijze waarop dat zou moeten gebeuren. Ik viel bijna flauw, en moest bijna tien minuten op een naar achteren gekanteld bed bijkomen. Toen wist ik dat het nog wel even zou duren.
Ik bleef twee dagen op de afdeling Cardiologie. De cardioloog had besloten dat mijn hart prima in orde was, dus ik mocht verhuizen naar de afdeling Interne geneeskunde. Mijn eenpersoonskamer werd ingewisseld voor een kamer met nog drie snurkende kamergenoten. Gelukkig had ik een volle iPod en de Nintendo DS van Marrije bij me.
En nu ben ik weer thuis. Nog steeds met af en toe dezelfde klachten: een pijnlijke arm, en het gevoel dat iemand mijn keel dchtknijpt. Nog steeds met een hoge bloeddruk, maar niet zo explosief als afgelopen donderdag. Onder de pillen en met een reeks aan onderzoeken voor de boeg. Ik houd u op de hoogte, indien mogelijk via dit weblog, en anders via Twitter, waar nog veel meer uitspattingen van de afgelopen dagen zijn te vinden.