Lang leve het papier
Ik heb een MacBook, een Mac Mini, een Android telefoon, een iPad en een e-reader. Dat zijn vijf apparaten waarop ik e-books kan lezen. En toch blijk ik in mijn leesgedrag bijna even conservatief als een hoogbejaarde met een goede leesbril. Van mijn vijftien laatst gelezen boeken las ik er zeker twaalf gewoon als papieren boek. Deels heeft dat te maken met de boekenbranche, die mijn zuurverdiende geld blijkbaar niet wil hebben, maar deels is het ook een gevoelskwestie.
Maar laat ik eerst eens de hand in eigen boezem steken. Van de vijf apparaten in de eerste zin van dit stukje is er maar eentje waarop ik echt boeken lees: de e-reader. De iPad is te zwaar en te onhandig, om van de computers maar te zwijgen. De telefoon is dan weer te klein en te traag. Daarnaast leest het scherm van een e-reader echt fijner dan een gewoon beeldscherm. Ik heb dus een Nook. Gekocht bij Barnes & Noble op 5th Avenue in New York, in mei vorig jaar. Door te kiezen voor de Nook heb ik dus de e-readers met ingebouwde boekenwinkel (bijvoorbeeld de Kindle en de OYO) links laten liggen. Barnes & Noble levert namelijk alleen aan mensen met een Amerikaanse creditcard. Geen probleem, dacht ik bij aankoop. De Nook kan PDF en ePub lezen, dus ik kom een heel eind.
Dat viel tegen. Op zich zijn er plekken genoeg waar je ePubs kan kopen. Al die ePubs zijn echter voorzien van het Digital Rights Management systeem van Adobe. En dus kun je ze alleen maar openen en overzetten naar de Nook met het door Adobe ontwikkelde programma Digital Editions. En laat ik dat Digital Editions nu het meest gebruiksonvriendelijke en trage stukje software vinden dat ooit door Adobe is geproduceerd, en dat wil wat zeggen. Het alternatieve programma Calibre werkt beter, maar kan dus niet volledig met DRM omgaan. Voor het kopen en registreren is toch weer Digital Editions nodig. Handig is anders. Het wordt je ook niet makkelijker gemaakt door bol.com. Neerlands grootste boekenboer heeft zijn installatieprocedure alleen ingericht op Windows-computers. Mac-gebruikers moeten via een omweg aan de software komen. Linux-gebruikers kunnen overigens helemaal niet legaal digitaal lezen. Voor dat besturingssysteem is Digital Editions niet beschikbaar. Voor hen rest niet veel meer dan het illegale circuit af te struinen. Op bittorrent-site Demonoid zijn veel boeken te vinden, ook Nederlandse titels. Bereid je voor op heel veel Baantjer, matige thrillers en huisgemaakte meesterwerkjes. Leuk voor een keer, maar bij lange na niet voldoende voor een evenwichtig leesdieet.
Zie hier het volgende nadeel: heb je alle technische hindernissen overwonnen, dan kan het nog moeilijk zijn om te lezen wat je digitaal wil gaan lezen. Veel boeken verschijnen überhaupt niet in een digitale editie, dus die vallen al af. Helaas zijn de boeken die ik per se digitaal wil lezen (vakliteratuur en non-fictie) bijna per definitie niet digitaal te krijgen. Boeken die wel in de elektronische winkel te vinden zijn kosten vaak evenveel als een papieren versie. Ik ben zelfs boeken tegengekomen die digitaal duurder zijn. En dat valt toch moeilijk te rijmen met de productie- en distributiekosten die voor digitale boeken natuurlijk veel lager liggen. Een deel wordt verklaard door een hogere BTW op elektronische boeken, maar het voelt gewoon niet goed. Voor dat geld wil ik dan wel iets hebben. Iets wat ik vast kan houden.
En dat brengt ons op mijn laatste nadeel van het elektronisch lezen. Ik ben er achter gekomen dat ik gewoon van boeken houd. Het definitieve van inkt op papier, de mogelijkheid om even terug te bladeren zonder elk blaadje één voor één te moeten omslaan. Het genoegen van het dichtslaan van een boek na de laatste bladzijde. Het urenlang struinen in mooie winkels als De Drvkkery in Middelburg tussen allerlei prachtig ontworpen kaften. Ik mis het elke keer als ik een digitaal boek heb gelezen. En dus koop ik nog steeds papieren boeken, soms tot wanhoop van mijn vriendin. Zij is er ook gek op, maar de ruimte in onze boekenkast is schaars.
Zijn er dan helemaal geen lichtpuntjes na ruim een jaar digitaal lezen? Jawel. Schrijvers Ivo Victoria, Aliefka Bijlsma, Niels Aalberts en hun uitgevers durfden het aan om DRM-vrije e-books te publiceren. Victoria gebruikte het Radiohead-model, waarbij de lezer zelf het te betalen bedrag bepaalde. Ik heb Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) met plezier gelezen en betaalde (volgens mij) zo’n tien euro. Aalberts’ Doorbraak is één van de betere marketingboeken die ik ooit heb gelezen, alleen werd hier mijn laatstgenoemde nadeel wel heel duidelijk zichtbaar. Het papieren boek is veel prettiger opgemaakt en staat dan ook nog steeds op mijn verlanglijstje. Aliefka Bijlsma kende ik niet, een gezamenlijke kennis tipte mij dat haar roman Mede namens mijn vrouw als gratis e-book te downloaden was. Een mooi tragikomisch verhaal over een diplomaat die uitgerangeerd wordt. Het was een prettig boek, en ik heb het al twee keer gekocht als cadeau voor iemand anders. Op papier en met een mooi papiertje er omheen. Zoals het hoort.
Het telefoonboek van de nieuwe coalitie
1-1-1, we moeten er doorheen.
1-1-2, daar red je levens mee.
1-1-3, gekker wordt ‘t nie.
1-1-4, red een dier.
1-1-5, voor een lekker wijf.
1-1-6, voor Nederlandse les. (€1/min.)
1-1-7, de linkse kerk zal beven.
1-1-8, die moslim is verdacht.
1-1-9, voor al uw nieuwe wegen.
(Dank, Lars)
Agressief zoeken
It’s the internet on fast-forward, and it’s aggressive – like trying to order from a waiter who keeps finishing your sentences while ramming spoonfuls of what he thinks you want directly into your mouth, so you can’t even enjoy your blancmange without chewing a gobful of black pudding first.
Charlie Brooker vat het knagende gevoel bij het gebruiken van Google Instant goed samen.
Tien jaar weblogger
Gisteren was het tien jaar geleden dat ik begon met webloggen. Vantevoren had ik bedacht dat ik net zo goed zou kunnen stoppen als ik op die dag geen postje zou tikken. Het tienjarig jubileum was niet de enige mijlpaal in de afgelopen dagen. Op 12 augustus werd ik dertig, en een paar dagen daarvoor besloot ik om na zes jaar Amnesty International te verlaten en per 1 oktober opnieuw te beginnen bij de Fietsersbond in Utrecht. Geen van deze gebeurtenissen was blijkbaar belangrijk genoeg voor een postje.
Het kwam er niet van, maar toch laat ik de stekker er in. Deze plek is namelijk belangrijk voor me. Dat heb ik hier al vaker geroepen, maar niet zonder reden. Er staan diverse artikelen in de grondverf over dingen waar ik me zeer druk maak – in tegenstelling tot mijn dertigste verjaardag en mijn nieuwe baan – dus voorlopig gaat Poste Restante gewoon door. Deze site is misschien niet meer zo geschikt om mijn hele leven te volgen, maar wordt wat in de toekomst wat meer gericht op nuttige inhoud en misschien is dat maar goed ook. Ondertussen deel ik mijn visuele vondsten op Tumblr en bijzondere links op Twitter.
When we was fab
Vorige week dinsdag was ik bij de boekpresentatie van Bloghelden, Frank Meeuwsens verslag van de Nederlandse blogosphere in de late jaren negentig en vroege jaren nul. Nu begon ik in augustus 2000 met webloggen, dus mag ik me volgens Franks definitie zeker een blogheld noemen. Ik sta ook in het boek, al ben ik niet geïnterviewd. Wel kwam ik er achter dat ik met de voorloper van dit weblog in 2001 bij de eerste Dutch Bloggies een award heb gewonnen voor ‘beste weblog uit Utrecht’. Het is erg, maar het was helemaal uit mijn herinnering verdwenen.
Inmiddels heb ik het boek min of meer gelezen en de onderzoeken over de Nederlandse blogosphere een beetje op me in laten werken. En wat blijft hangen is een gevoel dat ik bij de presentatie zelf ook al had. namelijk dat webloggen nu iets heel anders is dan webloggen toen. Tegenwoordig is webloggen een vorm van publiceren, iets waar je cursussen voor kunt volgen en waar geld mee te verdienen is. Waar regels en strategieën voor zijn en waar wetenschappers onderzoek naar doen.
Die ontwikkeling is logisch en zie je bij veel media. Lees maar eens een interview terug met tv-makers uit de jaren vijftig en zestig. Hun voornaamste commentaar op wat ze destijds deden is dat ze maar wat deden omdat ze ook niet wisten hoe het anders moest. En uit die onwetendheid kwamen de mooiste dingen voort. In de huidige wereld van formats en netmanagers is er geen tijd meer om opnieuw het wiel uit te vinden. Er moet immers gescoord worden, een ‘return on investment’ gehaald.
Die onwetendheid uit de begindagen van de televisie zag je ook bij de webloggers van het eerste uur. Wij deden maar wat.Hadden geen regels voor succesvol webloggen. Moesten steeds maar weer uitleggen aan mensen wat we deden, en vooral waarom. Werden met grote ogen aangekeken als we met wat mensen in een kroeg zaten. Waarom? Omdat wij bijna allemaal een digitale camera bij ons hadden. Er speelde van alles in die vroege weblogwereld. Je hield het bij als er een nieuwe weblog online kwam, er ontstonden subgroepjes binnen de subcultuur. Maar toch was je met elkaar verbonden. We waren webloggers. Over het algemeen leuke mensen. Een beetje raar, niet alleen maar nerds, wel een beetje geeky.
Dat gevoel verdween toen iedereen opeens een weblog kon aanmaken. Web-log.nl werd door de echte weblogpioniers beschimpt. Het bleek het begin van het einde voor de weblogscene als ons-kent-ons clubje. Iedereen had opeens een digitale camera, kon overal foto’s nemen, ze online zetten en van snedig commentaar voorzien. Het monopolie van de semi-geeks was doorbroken.
Veel van de weblogpioniers zijn inmiddels gestopt, of (en hier steek ik een flinke hand in eigen boezem) hebben hun update-frequentie teruggebracht naar het absolute minimum. Andere platforms als Twitter en Tumblr hebben hun aandacht opgeslokt. Deels komt dat door die nieuwe diensten, maar ik denk vooral omdat het webloggen gewoon niet meer hetzelfde is. Wat tien jaar geleden ‘ons medium’ was, is nu van iedereen. Het weblog is als medium in handen gekomen van journalisten, marketeers en andere mainstream mensen. De pioniers zijn alweer op zoek naar nieuwe plekken waar zij het eerste kunnen zijn. Zoals het pioniers betaamt.







