Hoe ik mijn telefoon kwijtraakte en hem uiteindelijk (dankzij een idiote zoekactie) toch terugvond

4 november 2006

Rond twee uur besluit ik dat ik op moet schieten. Tegen een uur of vier word ik in Breukelen verwacht voor een verjaardag. Ik pak mijn tas in, doe de telefoon in het voorvak, geef de poes nog wat brokken en haast me naar buiten. Ik sla rechtsaf om naar de bushalte te gaan, maar kom er na enkele meters achter dat de bus er al aan komt. Ik hol hard naar de halte, waar helaas niemand staat te wachten. Als de chauffeur me niet ziet, dan betekent dat wachten op de volgende. De chauffeur ziet me en ik stap in. Ik zet mijn tas naast me op de bank en wil een tijdschrift eruit pakken. Het tijdschrift ben ik vergeten. Helaas, dan maar naar buiten kijken. Bij de Rijnhuizenlaan doen twee vrouwen moeite om met kinderwagen de bus in te komen. Het lukt niet echt. Ik help ze en laat daardoor mijn tas tien seconden alleen.

Bij het Willemsviaduct stap ik de bus uit en verdwijn in de drukke stad. Als ik mijn boodschappen gedaan heb, stap ik stevig door naar het station. In de sprinter naar Uitgeest probeer ik de orde in mijn tas te herstellen. Als ik op de verjaardag aankom zoek ik mijn telefoon op. Ik vind niets. Bellen levert alleen de voicemail op. Ik zal hem wel naast het tijdschrift op de tafel hebben laten liggen.

Niet dus. ’s Avonds blijkt mijn telefoon ook niet op tafel te liggen. Ik bel meteen Telfort om hem te blokkeren. Maar wat is er gebeurd? Ik heb mijn tas overhoop gehaald in de trein. Het kan zijn dat hij er toen hij uit is gevallen. Hij kan ook op het onbewaakte ogenblik in de bus gejat zijn. Of gewoon in het drukke centrum. Ik ga slapen.

5 november 2006

Een nieuwe (zon)dag breekt aan en ik ga naar het station. Zowel GVU als NS hebben niets gevonden. Ik vul braaf een formulier in en ga naar de politie. Omdat ik mijn twijfels over de gebeurtenissen hardop uit, mag ik geen aangifte van diefstal doen. Dit betekent geen verdere hulp bij de opsporing. Als ze hem vinden, dan krijg ik hem terug. Teleurgesteld ga ik naar huis. In een la vind ik mijn oude telefoon terug. Het joystickje in het midden is nog steeds lam.

9 november 2006

Op donderdagochtend (mijn vaste vrije dag) klik ik suf Firefox aan. Mijn ogen glijden over mijn startpagina. In mijn onderste rechterooghoek zie ik iets geks. Daar staan foto’s die ik niet ken. Een papagaai-achtige vogel en twee puber-achtige jongens die poseren op een foto. Zo te zien hebben ze de telefoon in hun handen. Heeft iemand mijn Flickr-account gehackt? Nee. De foto’s zijn volgens het bijschrift geüpload met ShoZu, een programmaatje op mijn vermiste telefoon. Dat programmaatje zorgde ervoor dat mijn foto’s razendsnel op Flickr kwamen. Of herstel: zorgt, want ook deze foto’s zijn via die weg op internet gekomen. De fotograaf heeft bij de vraag ‘Save to Flickr?’ op ‘Yes’ gedrukt zonder dat hij wist wat ‘Yes’ eigenlijk zou doen.
Ik besluit om de foto’s af te laten drukken en er mee naar de politie te gaan. Vlak voordat ik de deur uit wil gaan mailt Walter.

Martijn, er staan foto’s op je flickr die volgens mij door je telefoondieven zijn gemaakt…. Of je hebt gewoon gevoel voor humor 🙂

Ik mail terug dat ik het vermoeden deel en dat ik naar de politie ga. De man bij de fotowinkel vindt het een goede grap. Hij denkt de jongens wel te herkennen. Ze komen dus wel eens op het Smaragdplein. Maar goed, dat zegt nog niet veel. Op politiebureau Tolsteeg zien ze de humor er niet van in. Als ik met veel uitleg heb duidelijkgemaakt wat er is gebeurd, zegt de agent van dienst dat zij er in ieder geval niets mee kunnen.

Thuisgekomen zie ik dat Walter er al een stukje aan heeft gewijd. Ik zet daarom mijn eigen uitleg online. Als ik mijn mail doorlees (inmiddels hebben meer mensen de link gelegd), zie ik nog een mailtje van Walter:

BRILJANT!!! Jezus man, dat moet gewoon op geenstijl

Ik gniffel, maar ben ook een beetje bevreesd. GeenStijl en ik zijn niet echt een goede combinatie. Het idee van een massale zoekactie vervult me met enige spanning, maar ik heb ook geen zin in een massaal volksgericht. Maar wat is het alternatief? De foto weghalen en er nooit meer met iemand over praten? Dat is ook niet echt een bevredigende oplossing. Ik besluit om straks de lokale krant te mailen. Wie kent deze jongens, zij hebben immers mijn mobiele telefoon. Of zoiets. Ik zal in ieder geval niet GeenStijl benaderen.

Dat hoeft ook niet. GeenStijl benader je niet, GeenStijl overkomt je. Opeens staat de foto megagroot op één van de populairste sites van Nederland. Opnieuw die mengeling van opwinding en angst. Wat moet ik straks als die telefoon echt getraceerd wordt? En waarom heb ik ooit mijn huisadres gebruikt bij de registratie van mijn domeinen? De reacties stromen binnen. Het gaat vrijwel meteen over het uiterlijk van de jongens op de foto. Om een uur of vijf komen Willem Bever en Carlo tot vrijwel dezelfde conclusie. De foto zou genomen moeten zijn bij het St. Gregoriuscollege in de Nobeldwarsstraat.

Inmiddels is het circus goed op stoom. Michiel mailt me of hij me mag bellen in zijn uitzending. Ik zeg toe. Ondertussen mailt ook iemand van Associated Press. Hij besluit uiteindelijk af te zien van publicatie omdat het copyright van de foto onduidelijk is. Hij wil alleen met foto publiceren, en aangezien de telefoonvinder de fotograaf is, wordt dat een juridisch bijzonder zaakje. Michiel belt, het wordt een aardig gesprek. Ondertussen blijven de foto’s en websites binnenstromen. Jongen 1 heet Jeffrey, en hij zit in VMBO3. Ik stuur een vriendelijke mail aan het St. Gregorius-college. Hierin vraag ik hun hulp, en laat ik expliciet weten dat ik niemand van diefstal wil beschuldigen, al doen mijn bezoekers dat wel. Ik ga naar bed, maar slaap nauwelijks.

10 november 2006

De volgende dag is het iets rustiger met commentaar, tot rond een uur of drie het Gregorius uit is. De één na de ander meldt zich, waaronder E. en J., de twee jongens van de foto. De vinder blijkt D. te heten; hij heeft een foto van de twee jongens gemaakt. Een klasgenootje, A., biedt aan me te helpen met het terugkrijgen van de telefoon. Na wat gemail en gesms lijkt het goed te komen. Ze is vanavond toch in de buurt, en zal zorgen dat mijn telefoon terugkomt. Als een journalist van de Volkskrant belt, vertel ik hem opgelucht het goede nieuws.
Tegen vijven ga ik naar huis. Bij het Kruidvat koop ik nog gauw iets voor de klasgenoten, als dank voor de bemiddeling. Rond negen uur belt A. Ze gaat nu naar D. toe. Nog geen tien minuten later gaat de bel. Een groepje blonde meisjes staat voor de deur. “De vader van D. zegt dat als je een vent bent, dat je hem zelf moet komen halen.” Ik aarzel niet en trek mijn jas aan. Onderweg hoor ik dat D. en zijn vader bij mij in de straat wonen. Een stukje verderop, aan de overkant. Ik zie een stevige man buiten staan. Eigenlijk wil ik nu weg, mogen ze die telefoon houden. Sinds ik een jaar geleden overspannen ben geweest, haat ik iedere vorm van confrontatie. Wat volgt moet een harde confrontatie worden.

Het wordt een confrontatie, zij het verbaal. De vader vraagt zich af waarom ik denk die telefoon terug te kunnen krijgen. Zijn zoon heeft hem eerlijk gevonden. Ik zeg dat ik dat ook niet betwist, maar laat wel merken teleurgesteld te zijn dat hij hem dan niet heeft teruggebracht. In de telefoon staan veel nummers die hij had kunnen bellen. Binnen vijf minuten was duidelijk geweest van wie die telefoon was geweest. De vader is niet onder de indruk en maakt de vergelijking met een vijftigeurobiljet. “Als ik die kwijtraak, krijg ik die toch ook niet terug?” Ik kan niet anders dan dat beamen, maar kan nog wel uitbrengen dat geld anoniemer is dan een telefoon. Uiteindelijk vraagt hij me om bewijs dat het hier om mijn telefoon gaat. Ik loop gauw naar huis om de rekening met het IMEI-nummer te halen. Als moeder en dochter het IMEI-nummer controleren laat vader nog even weten dat hij mij geen man vindt omdat ik de meisjes de kastanjes uit het vuur liet halen. Ik krijg de telefoon terug.

Als ik weer thuis ben probeer ik mijn gedachten te ordenen. Het lukt maar matig. Ben ik nu zo naïef dat ik denk dat mensen in eerste instantie gevonden goed terug bij de rechtmatige eigenaar zullen brengen? Was ik echt laf om die meisjes het te laten opknappen? Misschien, maar als ik geweten had dat die man aan de overkant had gewoond…

11 november 2006

Vandaag lees ik pas echt de reacties van gisteravond door. Iemand die zich G. Hermann II noemt schrijft:

Amnesty international roxxor!! Electronische terechtstelling van een of andere arme sukkel die de pech heeft in de spotlights van GS te staan. Niveautje louske maar dan aangezwengeld door een linkse zakkenvuller… Sterf, hond, en mogen jou collectanten maar lekker klappen krijgen. uhh… kanker krijgen is zo grof, want dat wens ik alleen JOU persoonlijk toe.
(…)
JA JIJ, martijn, ik hoop dat je dit leest, jij bent een kankergezwel op twee poten en ik hoop dat jij je te barsten rijdt in je asociale SUV die van donaties is betaald. En hopelijk wordt je wijf door een neger verkracht, kan hij zijn linkse verbale kots zelf ondervinden. Poetin en Kim zijn betere mensen dan jij, martijn, want zij zijn tenminste eerlijk en jij bent een huichelaar!

Hoewel ik weet dat ik me er niets van aan moet trekken, doe ik dat toch. Ik ben een kankergezwel, en mijn ‘wijf’ moet verkracht worden. De collectanten die geld ophalen voor mijn werkgever moeten ‘klappen krijgen’. In de comments is al diverse malen mijn adres opgedoken. Ik voel me er niet prettig bij. ’s Middags staat D. voor de deur. Hij is zenuwachtig, maar beleefd. Hij eist wel dat ik meteen overal alle foto’s weghaal. Ik leg uit dat ik mijn best doe, maar dat ik niet alle sites zelf kan aanpassen. Hij knikt en vertrekt. De mail blijft doorgaan. Interviewverzoeken van Caz! en Juize FM sla ik af. Ik kan niet en ik wil niet.

12 november 2006

Mijn schoonvader en zijn vrouw zijn over uit Zeeland. Terwijl we aan de koffie zitten gaat de bel. De vader van D. staat voor de deur. Hij eist – op iets intimiderender toon dan zijn zoon – dat alle foto’s verwijderd worden. Ik leg het nog een keer uit, en na een korte discussie gaat hij er vandoor met de woorden “Als het een Marokkaan was geweest, dan had je hem niet teruggehad.” Ik denk aan mijn erg prettige Marokkaanse buren en denk er het mijne van.

Als we ’s middags de stad ingaan voel ik me onrustig. Ik heb het gevoel dat ik steeds mensen tegen kan komen. Iedereen verzekert me dat ik goed gehandeld heb, en ik ben daar wel van overtuigd, alleen de gedachte aan weer een nieuwe confrontatie beangstigt me al.

13 november 2006

In eerste instantie durf ik niet naar huis. Ik wil geen intimiderende vaders meer zien, ik wil geen zonen meer zien. Wat moet ik nou? Ik loop door Amsterdam. Daar voel ik me veilig, het is immers geen Utrecht. Als ik uiteindelijk thuiskom zit mijn vriendin daar. Aangeslagen. Zojuist is er weer een man langsgeweest. Het is de vader van één van de jongens op de foto. Hij eist rectificatie op mijn site en op GeenStijl.nl, anders dreigt hij met juridische stappen. Het is tien uur, om elf uur belt hij op ons vaste nummer.

Ik weet dat ik gelijk heb. Ik weet dat ik in mijn recht sta, maar ik wil het toch bevestigd hebben. Ik wil GeenStijl spreken. Zij hebben vast eerder met dit bijltje gehakt. Via een oud-collega krijg ik de toezegging dat ik morgen zal worden gebeld.

Om elf uur belt de vader. Hij wil zijn naam en/of nummer niet zeggen. Hij maakt een belezen indruk en doet in ieder geval alsof hij zich heel goed heeft voorbereid. Hij heeft het over foto’s in een verkeerde context plaatsen, valt over de term ‘digitaal schandpaaltje’ die ik in mijn eerste posting heb gebruikt. Hij heeft alles besproken met zijn juridisch adviseurs, en eist voor woensdagochtend 07:00 uur een rectificatie. Ik zeg dat ik best dingen wil proberen, maar dat het vragen om een rectificatie op GeenStijl vaak juist olie op het vuur is.

Het interesseert hem niet. Hij belt op woensdagochtend om zeven uur om te melden of hij tevreden is met de door mij genomen stappen. Ik hang op en vraag me af hoe dit verder moet. Ik weet dat ik gelijk heb, maar krijg ik het ook? Ik wil een advocaat spreken, maar dat gaat vast niet lukken om elf uur ’s avonds. Er volgt weer een slapeloze nacht.

14 november 2006

Op dinsdag werk ik niet op kantoor maar thuis bij mijn chef in Amsterdam-Zuid. Omdat ik de verkeerde trein genomen heb, moet ik overstappen op Amsterdam Bijlmer. Daar bel ik haar. Ze reageert verontwaardigd op de door mij geschetste situatie en bezweert me dat hij geen poot heeft om op te staan. Als ik bij haar aankom, heeft zij al bij kennissen geïnformeerd naar een geschikte advocaat. “Desnoods betalen we hem met z’n allen…” Ondertussen belt mijn verzekeringsadviseur. Ik had hem gemaild over de situatie. Hij geeft me het nummer van de Juridische Helpdesk van mijn rechtsbijstandsverzekering. Die bel ik en het antwoord is rustgevend: “Laat hem maar komen met die rechtszaak. U valt helemaal niets te verwijten.” Samen met mijn chef bespreek ik wat ik tegen hem moet zeggen. Ik ga gewoon naar huis, en slaap redelijk.

15 november 2006

Tussen zeven en acht ’s ochtends zit ik aan de telefoon. Koffie, brood en de krant erbij. Hij belt niet. Ik ga naar mijn werk, maar blijf gespannen tot de avond. Langzaamaan begin ik er aan te wennen dat hij me waarschijnlijk alleen bang wilde maken.

18 december 2006

Nu alles meer dan een maand achter de rug is, voel ik me langzaam aan weer veilig in mijn eigen huis. De affaire heeft me niet onberoerd gelaten. Achteraf gezien had ik de hele terughaalactie liever niet meegemaakt. Dan had ik mijn telefoon niet meer gehad, maar ook geen extra trammelant. Toch ben ik wel blij dat het uiteindelijk goedgekomen is, en wil ik iedereen bedanken die me heeft geholpen.

Comments (7)

  1. Tjonge wat een verhaal zeg. Zo genuanceerd als jij je hebt opgesteld, zo ongenuanceerd is de tegenpartij.
    Ik vond het (toen het speelde) eigenlijk gewoon een goede grap. Stomme actie van die jongens waardoor ze zichtbaar werden op internet.
    Niet meer en niet minder.
    Als ik dit lees word ik niet vrolijk.
    Oh ja, Welkom terug!

  2. Ik ben ook niet bang uitgevallen, maar heb ook wel eens rare figuren op m’n log gehad die gingen dreigen na bepaalde logjes. Dreigen mag, maar ik zou ze ook niet aan m’n deur moeten hebben. Toen ik hoorde van de telefoon-actie heb ik wel verschrikkelijk gelachen. Leuk weblog ook trouwens, de vorige keer dat ik keek (net na het hele gebeuren) was je nog offline. Ga je vaker lezen!

  3. Ik had die man en zijn zoon zijn tanden eruit geklopt !

  4. Ik vind dit echt beangstigend.
    Ik dacht altijd dat wie goed doet, goed ontmoet. Je wordt benadeeld zonder dat je daar aanleiding toe geeft. Ik zou er juridisch werk van maken als ik je was. Maar wie zit er te wachten op de stress van een rechtsgang…

  5. Maak je niet te sappel. In alle eerlijkheid begrijp ik niet ten volle waarom je al die dingen over je kant laat gaan.

    Te beleefd. Te genuanceerd. Als die karaktertrekken inderdaad aan je overspannenheid te wijten zijn spijt me dat, want daar stuiter je niet van terug.

    Maar wat die vaders betreft, het lijken mij en stel asociale eikels, die had je rustig kunnen schofferen. Hier in Israel was de discussie minder rustig verlopen, kan ik je zeggen. 🙂

  6. waarom maak je hier in godsnaam een site over?
    en wat boeit het hoe je je telefoon terug hebt gekregen, je hebt hem terug, daar gaat het om 😉
    niet er over in zitten

  7. wie kent een site waar je je telefoon weer terug vind?

Leave a Reply

Required fields are marked *