Jouw vakantie, mijn vakantie, onze vakantie
“En hoe zeggen we dat in Griekenland?”
De blonde vrouw keek hoopvol langs het grijs-gemêleerde gezelschap.
“Yammas! 1..2..3..”
“Yammas!” gehoorzaamde de kudde. Hoe kwamen wij hier in dit vage Griekse restaurantje terecht? Een paar maanden geleden had ik het vrijwillig geboekt. Op de planning stond Malta, of Ierland, of Noorwegen, of de Balkan… In ieder geval niet dit. Maar met een aanstaande verhuizing in het vooruitzicht leek het ons beter om uit te kijken naar iets goedkopers. Nu had ik laatst gehoord dat je op Kos goed met bussen en de fiets kan reizen. En dat is voor ons, rijbewijsloos, wel een noodzaak. Een poster op het station – vrolijk vakantie vierende mensen naast een idioot grote koffer met een Kos-aanbieding – deed de rest. We boekten een week vakantie bij Jiba. Méér Vakantie. En nu zaten we hier, méér vakantie te vieren tussen de bejaarden en de platinablonde vijftigplusvrouwen. Tijdens de welkomstbijeenkomst werden we gewaarschuwd voor het kraanwater, werd gemeld dat De Telegraaf overal verkrijgbaar was, en dat voor mensen “die cultureel willen doen” de opgravingen een goed idee waren. Verder moesten we toch vooral fietsen huren bij de door Jiba aangeraden fietsenboer, want als het bij een ander mis zou gaan, dan zou de reisleidster niets voor ons kunnen doen. We voelden ons een beetje alsof we in een aflevering terecht waren gekomen van het programma Jouw vakantie, Mijn vakantie. Alleen was dit wel ónze vakantie.
Uiteraard hebben we de fietsen elders gehuurd, De Telegraaf én de opgravingen links laten liggen, maar wel een aardige vakantie gehad. We konden elke avond in een andere Hollandse kroeg hangen, maar dat hebben we toch maar niet gedaan. Hoogtepunten? Het Asklepion en de wandeltocht van het bergdorpje Zia naar beneden. Affijn, het zit er weer op. De foto’s vindt u op Flickr.




