Aftellen

Donderdag begint E. aan haar zwangerschapsverlof. Dat betekent dat ik over uiterlijk zes weken weer vader word. Dat is prachtig, maar ook angstaanjagend. Angstaanjagend omdat het al zo dichtbij komt, maar ook angstaanjagend omdat het nog zo lang duurt. Die tegenstrijdigheid zal ik even uitleggen.

Het duurt nog zes weken tot de bevalling. In die periode moet er nog veel gebeuren. Er moet nog het nodige aan de babykamer veranderd worden, de naam van het kindje is nog niet definitief, het kaartje moet nog voorbij het schetsstadium komen en zo zijn er nog wel meer dingen. Die tijd zal dus snel gaan.

Aan de andere kant kruipt de tijd voorbij. We weten nog steeds niet precies waaraan Mila in 2012 is overleden. Wel weten we dat het waarschijnlijk zo’n twee weken voor de geboorte al mis is gegaan. De komende weken moeten we wachten tot er iets gebeurt. Maar of het ondertussen goed gaat met de baby weten we niet. Die spanning is vrijwel ondraaglijk. En die spanning duurt dus nog een week of zes.

Ondertussen zijn we volop bezig met het bedenken van scenario’s. Wat doen we als het goed gaat met de baby? Sommige dingen weten we al. Er komt niets aan de buitenkant van ons huis te hangen. De vele letters, vlaggen en ooievaars in onze wijk die we de afgelopen jaren zagen, deden ons toch steeds een beetje pijn. Dit willen we anderen niet aandoen. En we willen ook vooral rust. Tijd om samen met ons nieuwe kindje door te brengen. Verder is het moeilijk om voor te stellen dat het goed gaat. We hebben geen idee hoe dat gaat, een levende baby. We zijn al tweeëneenhalf jaar ouders, maar nog zo onervaren.

Maar we denken ook over wat we gaan doen als het deze keer weer mis gaat. Als ook dit kindje niet bij ons blijft. Die gedachte is te erg voor woorden, maar valt toch niet weg te stoppen. Is het realistisch om dan meteen weer opnieuw te beginnen? Moeten we niet gewoon gaan reizen, het roer helemaal omgooien? Of zijn we dan helemaal tot niets meer in staat? Je kunt er uren mee vullen, en dat doen we dan ook.

Al deze gedachten maken ons onrustig, vatbaar voor kwaaltjes, moeilijk gerust te stellen en erg moe. Het duurt nog zes weken.

26 augustus 2014 door Martijn
Categories: weblog | 4 comments

Fit to fly

“Als ik jullie was, dan zou ik een ‘fit to fly’-verklaring meenemen.” De verloskundige zei het met een intonatie die geen twijfel kende. Wij vonden het nogal overdreven. E. is nu 20 weken zwanger. Het is goed zichtbaar, en de baby is al door diverse echo’s en onderzoeken gekeurd, maar hoogzwanger is anders. We kunnen ons niet voorstellen dat we op Schiphol of het vliegveld van Malta zullen stranden omdat de purser ons er niet in wil hebben. We zijn tenslotte pas op de helft. Om daar zeker van te zijn moet de verloskundige op een papiertje aangeven dat we in staat zijn om drie uur in een vliegtuig te zitten. Dat heeft ze gedaan.

‘Fit to fly’ zijn we dus, maar zijn we wel ‘fit for a new baby’? Het is nu bijna 2,5 jaar na het korte leventje van Mila. En soms voelt het alsof het gisteren was, dat we daar in het Wilhelmina Kinderziekenhuis op de NICU stonden. De afgelopen 2,5 jaar waren loodzwaar. Het verlies en het missen van Mila houdt ons nog elke dag bezig, al is het nu wel minder dan in het begin. Twintig weken loopt E. nu al met een nieuw kleintje in haar buik. En soms kan ik het nog steeds niet geloven. Het valt ook moeilijk te geloven dat het deze keer misschien wel goed gaat. Veel mensen proberen ons gerust te stellen, dat het nu echt wel goed komt. Heel lief, maar het versterkt ons gevoel dat we dat nog maar moeten afwachten. Wij zijn pas overtuigd als ons kind levend en wel in de wieg ligt. Het rotsvaste vertrouwen dat aan het einde van de zwangerschap een grote roze wolk volgt ontbreekt bij ons totaal.

Toch durven we langzaam aan een beetje blij te zijn. Elke keer als de baby zicht- of hoorbaar is een beetje te genieten. Want uiteindelijk willen we heel graag een tweede kindje. Een kindje dat bij ons blijft. Elke dag die we dichter bij 9 oktober komen is al winst, omdat die ons dichter bij ons doel brengt. Nu maar hopen dat we dat ook bereiken.

23 mei 2014 door Martijn
Categories: weblog | Tags: | 2 comments

Mark moet het goed maken met Saskia, of Jen

Al een paar maanden op televisie, deze reclame voor Google’s browser Chrome. Een klassiek verhaal: jongen (Mark Kuiper) ontmoet meisje (Saskia Rekers), meisje en jongen krijgen wat met elkaar, jongen werkt te hard, meisje maakt het uit en jongen probeert haar op een stalkerige bijzondere manier terug te krijgen.

Ik vond het vooral aardig dat Mark en Saskia in Utrecht wonen. Zo zien we duidelijk dat Mark zo ongeveer het hele centrum van de stad af loopt om zijn liefje terug te krijgen. Hij wijst zelfs een bankje in het Wilhelminapark (dat gek genoeg op de kaart in de Herenstraat staat) aan als de plek waar het mis ging. Op het einde van de commercial hoop je dat ze in ieder geval nog ergens iets gaan drinken. In de Winkel van Sinkel bijvoorbeeld, of op het Ledig Erf. Ergens waar Saskia genoeg ruimte heeft om er snel vandoor te rennen.

Maar wat blijkt, Mark en Saskia leiden een dubbelleven! Mark woont ook in Engeland, en heet daar Mark Potter, terwijl Saskia als Jen Erin Moore door het leven gaat. En ze wonen niet in Utrecht, maar in Halifax, West Yorkshire.  Okee, Mark heeft een andere avatar, en hun dates waren bij een andere kebabtent en in een draaimolen in plaats van een achtbaan, maar het zijn toch echt dezelfde mensen. Mark gaat naar hetzelfde kantoor, en ze rennen samen dezelfde roltrap op.

Maar het wordt nog gekker. Ook Mark en Saskia/Jen hebben nog een dubbelleven. In Como, Wisconsin wel te verstaan. En weer heeft Mark een andere avatar. Maar er zijn meer verschillen aan de andere kant van de grote plas. Die taco tent in Wisconsin, een andere rollercoaster, een cubicle in plaats van een gewoon bureau, maar ook grappige foto’s en grote reizen naar Italië. De Amerikaanse versie van de commercial is dan ook dertig seconden langer. De Amerikaanse Mark trakteert zijn Jen dan wel weer op een zuinig kopje koffie in plaats van op een drankje.

Al met al heeft Mark in drie landen iets goed te maken. Je kunt de drie video’s via deze link tegelijk afspelen.

22 maart 2013 door Martijn
Categories: weblog | Tags: , , | Leave a comment

Afscheid van een internetverleden

No unread items

2005 zal het geweest zijn, het jaar waarin Google Reader begon. Weblogs had ik tot die tijd vooral gevolgd via tools als de Bloglijst en dutch.weblogs.com, die via pingback lieten weten dat er een nieuw stukje klaarstond. Als die notoir onbetrouwbare sites er weer eens uitlagen had ik gelukkig nog een mapje bookmarks die ik stuk voor stuk af struinde. En toen was er ineens een site waarin ik alle headlines bijna realtime kon volgen. De hemel voor nieuwsjunks. Ik voegde al mijn favoriete sites toe. Zelfs teletekst 101 had een RSS-feed, maar die produceerde zoveel updates op een dag dat alle andere kopjes er in verdronken.

De manier waarop ik internet gebruik is in acht jaar flink veranderd. Twitter kwam al een jaar na Google Reader in beeld, maar draaide in het begin vooral om het volgen van mensen. Inmiddels volg ik echter heel wat websites via Twitter. De afgelopen jaren werd Google Reader minder belangrijk. Ik logde niet meer meerdere keren per dag in, soms kwam ik er zelfs dagen niet. Inmiddels is het zover dat bijna iedere keer als ik Google Reader bezoek, er meer dan duizend ongelezen items voor me klaar staan. Soms doe ik een poging om wat items te lezen, meestal klik ik meteen op ‘Markeer alle items als ongelezen’. Maar niet voordat ik even scan of er nog cijfertjes staan achter namen van oude weblogs. Elke keer was ik toch weer benieuwd of mijn oude weblog-collega’s misschien toch een stukje hadden geschreven. Een stukje dat vast het begin zal gaan vormen van een glorieuze comeback.

En nu stoppen ze met Google Reader. En ik? Ik ben vooral bedroefd over de tijden die geweest zijn. Natuurlijk volg ik de makers van die oude weblogs wel op Twitter, maar da’s toch anders. Voor je het weet mis je de tweet waarin ze met een achteloos linkje laten weten weer te schrijven. In Google Reader zou ik de reanimatie van een weblog meteen kunnen zien. En dat kan straks dus niet meer. Natuurlijk kan ik een alternatief zoeken, maar de vraag is of dat net zo’n ingesleten gewoonte zal worden. Ik denk het niet. De dood van Google Reader betekent dat ik voorgoed het oogcontact verlies met websites waar al jaren niets geschreven wordt. En dat is even slikken, want daarmee is de kans dat die sites ooit nog eens echt tot leven komen voor mijn gevoel echt gedecimeerd.

14 maart 2013 door Martijn
Categories: weblog | Leave a comment

Waarom ik niet naar Serious Request kan kijken, maar wel doneer

Het is weer zover. 3FM Serious Request heeft een glazen huis neergezet, ditmaal in Enschede. Half Nederland is in de ban van drie DJ’s die zich erin lieten opsluiten. Je kunt cynisch zijn en het spektakel rond de fondsenwerving door de publieke popzender een show noemen, maar ik ben meestal milder gestemd. Tot dit jaar. Weken voordat het begon werden de spotjes al uitgezonden. ‘Let’s hear it for the babies’ is de slogan, het tegengaan van babysterfte het doel.

Speentje

Maar ja. Mijn baby is ook dood. Ze was twee dagen oud. Gewoon hier in Nederland. Ik kon haar niet helpen, het WKZ kon haar niet helpen, het Rode Kruis kon haar al helemaal niet helpen. Waarom zou ik iets moeten doen voor andere baby’s? Ik werd er chagrijnig van. Konden ze wel, die dode baby’s steeds maar weer onder mijn aandacht brengen? Alsof ik niet genoeg met Mila in mijn gedachten zit. Alsof ik niet genoeg baby’s iedere dag tegenkom. Baby’s die me elke keer met de neus op de feiten drukken dat ik dat niet heb. Dat ik niemand heb om  te beschermen tegen nare ziekten. Het is uiteraard totaal irrationeel, maar ik vond het net goed voor die baby’s. Met hun leventje dat mijn dochter niet heeft kunnen leven.

Toch kwam er een omslagpunt. Toen ik me besefte dat iedere baby ook een moeder en een vader heeft. Een vader die hetzelfde mee kan maken als ik. Een vader die misschien zijn kind niet kan opvoeden. Niet kan leren lopen, niet kan zien lachen. Een moeder die hetzelfde mee kan maken als mijn vriendin. Die haar kind nooit zal kunnen vasthouden. Niet kan knuffelen, niet kan zien genieten. Na dat besef kreeg ik door dat ik júist om dit doel moest geven. Ik weet hoe erg het is om na negen maanden met lege handen te staan. Om een lege wieg in huis te hebben. Om je eigen kind zo hartstochtelijk te missen. Ik weet hoe het voelt om je kind te verliezen zonder dat iemand er iets aan kon doen. De kinderen waar Giel Beelen, Gerard Ekdom en Michiel Veenstra voor in het glazen huis zitten zijn misschien nog te redden. Zij kunnen nog een kans krijgen. Hun ouders hoeven geen verdriet te hebben. Daarom moet ik geven.

Ik kan niet te lang kijken naar het schouwspel in Enschede. Na een paar minuten ben ik de vrolijkheid beu. De kerstleut, de zwaaiende menigte, de foute grappen. Het optimisme, de tientallen baby’s die in beeld komen. Het is me te veel. Maar ik doe wel een donatie. En omdat je daar plaatjes bij kunt aanvragen doe ik er zelfs twee. Agnes Obel met Just So, omdat dat het nummer was op Mila’s crematie en Anniek van Maarten van Roozendaal. De tekst spreekt voor zich. Let’s hear it for my baby.

19 december 2012 door Martijn
Categories: weblog | 3 comments

← Older posts